Jan Lawalata

“Na zes maanden zouden we eigenlijk worden teruggebracht. Naar Indonesië, naar de Molukken. Dat gebeurde dus helemaal niet. Dat voelt als een soort verraad. Ja, eigenlijk wel. En als je het op de keeper beschouwt, is het dat ook”

Jan Lawalata, Fotografie: Ellen Kolff

Jan Lawalata werd geboren op 9 januari 1943 in Pangkalpinang. Zijn vader was Johan Lawalata, predikant en officier bij het KNIL. Zijn moeder, Agustina Sopakua, kwam uit een familie met diepe wortels in de Molukken.

Omdat zijn vader als predikant en geestelijk verzorger aan het KNIL was verbonden, moest het gezin de Molukken verlaten. Molukse militairen en hun families leefden in zogenaamde tanga’s: kampementen omringd door prikkeldraad en bewaking. De sfeer was gespannen, zeker in de periodes waarin Molukse militairen vijandig werden benaderd door Indonesiërs.

Als kind van de oorlog overleefde ik dankzij de kennis van mijn vader, over het vinden van voedsel in het bos en de hulp van zijn zussen. Als rijke Chinezen iemand gingen begraven, namen ze altijd voedsel mee en legden dat op het graf. Dat werd dan later door mijn zusters meegepikt. Konden wij weer overleven.

Tijdens de Japanse bezetting werd Jans vader geïnterneerd in een kamp op Bangka. Hij sprak weinig over deze periode, maar maakte wel duidelijk dat hij door de Kempetai — de Japanse militaire politie — werd geslagen en vernederd.

Jan noemt zichzelf een kind van de oorlog. Hij was acht jaar oud toen hij in 1951 met zijn familie naar Nederland kwam, samen met ongeveer 4.500 Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen. Ze reisden met de Goya naar Nederland en werden ondergebracht in Kamp Amersfoort en later in Kamp Vught. Eenmaal aangekomen kregen de KNIL-militairen direct te horen dat zij ontslagen waren uit dienst. Wat hen was beloofd als een tijdelijk verblijf van zes maanden, werd uiteindelijk een verblijf van 75 jaar — “weggestopt in voormalige concentratiekampen,” zoals Jan het omschrijft. Voor velen voelde dit als verraad.

Zijn vader vervulde in deze periode een belangrijke rol als predikant en leider binnen de Molukse gemeenschap. Dankzij de militaire structuur, discipline en het christelijk geloof bleef de gemeenschap — ondanks onrecht, gedwongen verblijf en onzekerheid — bijeen en gericht op de toekomst. Jan benadrukt dat kinderen en kleinkinderen werd geleerd zich te scholen, samen te blijven en niet toe te geven aan wrok, in de hoop dat zij ooit zouden terugkeren om bij te dragen aan de opbouw van de Molukken.

“ Bij ons kan je aan de naam van iemand horen vanuit welke plaats zo iemand afkomstig is.
Ik ben Lawalata. Alle Lawalata’s zijn oorspronkelijk afkomstig uit het dorp Papiru op het eiland Saparua.

Jan Lawalata, Fotografie: Ellen Kolff