Annette Cramer
Soerabaja, 1944
“Ik was nog maar zes maanden oud toen we in het Jappenkamp terecht kwamen. Mijn vader heb ik nooit gekend. Want toen we door de Gurka’s werden bevrijd, bleek hij al drie maanden overleden.”

Annette (Pauline Annette) werd geboren op 24 oktober 1944 in Soerabaja. Haar moeder kwam uit Magelang en verhuisde na haar huwelijk naar Soerabaja.
Tijdens de Japanse bezetting werd het gezin gescheiden van het dagelijks leven buiten en verbleef Annette samen met haar moeder en haar broer Richard in kamp Tjeweng en later in kamp Soemobito. Annette’s vader, Adriaan Cornelis Hendrik, overleed tijdens de oorlog, nog voordat zij hem kon leren kennen.
Na de bevrijding kreeg haar moeder een nieuwe partner, een voormalige krijgsgevangene. Later vertrok het gezin naar Nederland, waar Annette opgroeide onder een strenge, soms harde opvoeding. Het verlies van haar vader en de trauma’s uit de kamptijd werkten lang door. Binnen het gezin werd weinig gesproken over het verleden, wat bijdroeg aan gevoelens van onbegrip en eenzaamheid.
Haar verhaal laat zien hoe oorlogsverleden, zwijgen en verlies generaties kunnen beïnvloeden
Ik kreeg altijd pak slaag als ik wat deed. En pak slaag met de rotan. Met de rotan. Dat is uit die tijd, hè? Op een gegeven moment. Ik denk dat ik een jaar of 13, 14 was. En toen was het weer zo ver. En toen sloeg ik terug. Ja. En daar schrok ze van. Toen zei ze:. Jij gaat naar het gesticht. Ik zeg: is goed. Doen. Morgen meteen
Na de oorlog kreeg Annette te maken met een strenge en soms gewelddadige opvoeding. Wanneer zij iets verkeerd deed, kreeg zij slaag met de rotan. Toen zij rond haar dertiende of veertiende verjaardag terug sloeg, schrok haar moeder en dreigde haar “naar het gesticht” te sturen. Annette zei: “Is goed. Morgen meteen.” Het moment markeerde een kantelpunt, maar het zwijgen over het verleden bleef.
Annette’s moeder moest overal werken om het gezin in leven te houden, omdat zij geen pensioen kreeg – niet van de Engelsen en niet van de Nederlanders. Het gezin verbleef steeds bij anderen: familie, kennissen, schoonfamilie. Annette herinnert zich dat haar moeder het volledige kostgeld moest betalen, terwijl anderen in hetzelfde huis dat niet hoefden. Haar moeder droeg alleen de lasten.
Het gemis van haar vader, het trauma van het kamp en de spanning in het gezin bleven voelbaar. Het zwijgen erover maakte de last alleen maar zwaarder.





