Tijdens de opening van Vrijheid in het Hoofd deelde Corine Kolb, tweede generatie Indische Nederlander, een persoonlijk en indringend verhaal over de manier waarop oorlogservaringen worden doorgegeven binnen families. Haar woorden vormden een belangrijke brug tussen de eerste generatie — de generatie die de oorlog en kampen meemaakte — en de generaties na hen, die de sporen van dat verleden met zich meedragen, vaak zonder dat het ooit hardop werd uitgesproken.
Kolb opende met een gedicht van Dirk Erebos, dat zij terugvond in een schrift van haar moeder. Het gedicht gaf voor het eerst woorden aan emoties die in hun familie lang onuitgesproken bleven: gemis, ontheemding, verlangen en het voortdurende zoeken naar een gevoel van thuis.
“Door de woorden van dit gedicht voelde ik hoe mijn moeder haar hele leven heeft geworsteld. Hoe oorlog, verlies en stilte doorwerken, lang nadat de wapens zijn neergelegd.”

Een jeugd gevormd door oorlog en zwijgen
Haar moeder werd geboren in Buitenzorg en bracht haar vroege kindertijd door in Japanse interneringskampen. Ze overleefde op de rand van uitputting, gedreven door de hoop haar vader terug te zien. Na de oorlog volgden opnieuw scheidingen, ziekte en onveiligheid. Er werd niet over gesproken — uit pijn, uit overleving, uit noodzaak.
Dat zwijgen werkte door in het leven van Corine. Als kind voelde zij haar moeders verdriet zo sterk, dat er weinig ruimte overbleef voor haar eigen gevoelens.
“Mijn moeder leed aan een onuitgesproken oorlog — daarom moest ik haar ontzien.”
Kwetsbaar zijn voelde gevaarlijk. Nabijheid was ingewikkeld. Er werd geleefd met voorzichtigheid.
Het doorbreken van stilte
Pas veel later vond Corine woorden en begrippen voor wat zij had meegedragen: symbiose-trauma, emotionele bezetting, het overnemen van gevoelens en lasten die niet van jezelf zijn. Daarmee groeide het besef dat een eigen stem mogelijk is, zelfs wanneer die lange tijd heeft moeten wachten.
“Nu weet ik dat zwijgen een vorm van overleven is. En dat het nooit te laat is om het stille kind in jezelf een stem te geven.”
Haar moeder zei in haar laatste levensfase vaak: Delen is helen. Maar die woorden in praktijk brengen was een weg op zich. De stap om haar verhaal bij de opening te delen was een daad van moed, maar ook van bevrijding.
“Alle leed kan draagbaar worden gemaakt wanneer je er een verhaal van maakt. Niet om het te rechtvaardigen, maar om het lichter te maken.”




Geef een reactie