Tijdens de opening van Vrijheid in het Hoofd sprak Mostafa Hilali, vicevoorzitter van het Nederlandse Rode Kruis, over de kracht van gedeelde menselijkheid en herkenning. Hoewel hij geen Indische roots heeft, herkende hij diepgevoelde elementen uit de verhalen die die middag klonken: het leven tussen twee werelden, het zoeken naar thuis en het bewaren van herinneringen in lichaam en taal.
“Je kunt verbonden zijn met iets zonder dat het jouw geschiedenis is. Je herkent jezelf in een ander mens. Dat is wat hier vanochtend gebeurde.”
Hilali vertelde over zijn eigen achtergrond en de reis die hij dit jaar samen met zijn vader maakte naar diens geboortedorp in Marokko. Het gevoel van thuiskomen op een plek die tegelijk vertrouwd en vreemd is, werd een sleutel tot het herkennen van verhalen die ook in veel Indische families leven.
Twee werelden dragen
Hij benoemde de rijkdom van het leven met meerdere thuizen — en hoe dat niet vraagt om keuze, maar om omarming.
“Je hebt twee plekken die je vormen. En je hoeft nooit te kiezen. Het maakt je rijker. Het geeft je meer manieren om met anderen in verbinding te staan.”
De rol van het Rode Kruis in 1945: Noodhulp in de vorm van een maaltijd

Een belangrijk deel van zijn toespraak ging over de historische rol van het Rode Kruis na de bevrijding van Nederlands-Indië in 1945. In een tijd waarin gezinnen uitgehongerd, ontwricht en ontheemd waren, bracht het Rode Kruis noodhulp — vaak in kleine, maar levensbepalende vormen.
Eén van die vormen was Nasi Bungkus: een eenvoudige, in papier gewikkelde maaltijd, samengesteld met wat voorhanden was. Geen overvloed, maar zorg. Geen luxe, maar leven.
Het gebaar stond voor warmte, menselijkheid en het besef: je bent niet vergeten.
“Het was soms een klein pakketje eten, maar het kon het verschil betekenen tussen wanhoop en hoop. Tussen overleven en opstaan.”
Een symbolische maaltijd in het heden
Tijdens de opening van Vrijheid in het Hoofd werd deze traditie bewust opnieuw tot leven gebracht. De Nasi Bungkus werd uitgereikt aan de aanwezigen als gebaar van erkenning en gedeeld verleden — ook voor wie het verhaal niet zelf heeft meegemaakt, maar het in zich draagt via ouders, grootouders of gemeenschap.
Hilali overhandigde symbolisch de eerste Nasi Bungkus aan wethouder Micheline Paffen-Zeenni en aan Riekje Hoffman, als erkenning voor hun zorg, betrokkenheid en blijvende inzet voor het zichtbaar maken van deze geschiedenissen.
“Er is niets zo verbindend als samen eten. Vandaag delen we niet alleen een maaltijd, maar een geschiedenis, een herinnering en een gebaar van menselijkheid.”






Geef een reactie